Het boek, dat is zijn roman Knielen op een bed violen, die op 26 januari verscheen bij de Bezige Bij en reeds aan de achtste druk toe is. Gedetailleerd beschrijft Siebelink hoe de hoofdpersoon hans Sievez, voor wie de vader van de auteur model stond, een bloemenkwekerij runde achter de woning op bergweg 17. Op zekere middag stortte vader in het aards paradijs ter aarde. God was aan hem verschenen, deelde hij in verwarde toestand mee aan zijn zoon Ruben (Jan junior). In de jaren die volgden raakte de goedmoedige vader in de ban van de kring rond de orthodoxe Bennekomse predikant J.P.Paauwe. Diens volgelingen (oefenaren) bestookten de kweker met lectuur en bezoeken, huisdiensten en bidseances in de kwekerij, die steeds meer werd verwaarloosd. Omdat ze wisten dat Sievez' vrouw tegenover hen argwaan koesterde, kwamen de oefenaren ook wel tersluiks tot hem, door een gat in de beukenhaag die de kwekerij scheidde van de aanliggende begraafplaats. Dat gat in de beukenhaag is nog steeds te zien. De pelgrims lopen de paden plat, hoorde Siebelink laatst. Vanaf zijn allereerste verhaal (Witte Chrysanten, uit de bundel Nachtschade, 1975) zet de in Ede woonachtige schrijver het domein van zijn jeugd op de kaart, maar niet eerder leidde zijn werk tot massaal literair toerisme. Opnieuw groepjes gegrepenen op de voormalige kwekerij, brevierend en wel, zij het dat Jans woord minder schade berokkent dan de ijzigste passages uit het woord Gods waar de oefenaren van weleer vermanend mee zwaaiden. Hoewel. Het succes van zijn roman heeft ook een keerzijde. Daarover vertelde de schrijver openhartig in een interview dat hij vorige week donderdag gaf in de Leidse boekhandel Kooyker. Jouw vader heeft niet met de Heere gesproken, maar beleefde een soort psychose, heeft de dichter-psychiater en lintjesweigeraar Rutger Kopland hem geschreven. Kopland vindt het boek mooi. Maar hij kan mij zo de pagina aanwijzen vanaf welke mijn vader bepaalde medicijnen had moeten gebruiken, en dan zou hij weer gewoon de warme echtgenoot en vader zijn zoals we die daarvoor kenden.De vader van Jan is in 1971 gestorven. Deze adviezen komen te laat. 'Maar jij', schreef Kopland aan zoon Jan, kunt wel nog genezen van die waangedachte. Want vanaf die middag in zijn prille jeugd kan Siebelink zijn vader ook benijden, om die unieke belevenis waarna de kweker geen twijfel meer kende. 'Het punt is dus', zei Siebelink in Leiden, dat ik helemaal niet wil worden genezen! Knielen op een bed violen is een poging mijn vader te begrijpen, en dan niet als slachtoffer van een psychose. Na al die jaren vertel ik het hele verhaal, om hem eer te bewijzen. En mijn moeder ook trouwens, die de boel bij elkaar hield: huwelijk, gezin, kwekerij.' Niet alleen van Kopland krijgt hij post. Veel lezers delen hem hun bewondering mee. Maar er zijn ook woedende dreigbrieven, zonder postzegel op de envelop. 'Ze worden 's avonds in mijn bus gegooid. Paauwe heeft nog steeds volgelingen. Wat erin staat? Ik zou mijn vader postuum belasteren, en mijn plaats in de hemel hebben verspeeld. Ja, mij staat binnenkort een gruwelijke wraak te wachten.' De veelsoortige respons op zijn magnum opus heeft hem overweldigd. Sinds vorig jaar heeft hij niet aan een nieuw boek kunnen beginnen. 'Ik denk wel aan een ander onderwerp, maar ben hier nu nog te vol van.' |